Programma
maandag 14 juni 2021
Tijd: 15.00
Locatie: Vrijmetselaarsloge L ‘Union Provinciale
maandag 14 juni 2021
Dataverzamelingen op basis van DNA-merkeranalyse in forensisch en medisch onderzoek: beperkingen, mogelijkheden, en gevaren
Gerard te Meerman

Methoden om DNA te analyseren zijn de afgelopen jaren zeer efficiënt geworden. Voor 100 Euro kan men gegevens krijgen van een miljoen posities op het eigen DNA, en voor € 500 zijn alle basen van menselijk DNA te bepalen (“sequencen”).  Genetische data-bases zijn nu gemeengoed  in forensisch onderzoek, en gekoppeld aan stamboomgegevens die toegankelijk zijn via openbare registers. DNA-data zijn een krachtig hulpmiddel om individuen (daders en slachtoffers van een misdrijf) te identificeren op basis van minieme sporen lichaamsmateriaal.  DNA-sequentieanalyse kan al op basis van een heel klein deel van een enkel chromosoom en levert dan al voldoende informatie voor identificatie.

Een geïdentificeerd DNA-spoor is overigens slechts een deel van de forensische bewijsvoering. DNA-data van mensen die verzameld zijn in het kader van het zoeken naar een specifieke dader (b.v. van de moord op Marianne Vaatstra) worden uit privacyoverwegingen vernietigd nadat ze zijn onderzocht op matches met dadersporen.  Dat lijkt de privacy van de bevolking voldoende te beschermen, maar dat is een illusie. Zelfs met de beperkte hoeveelheid mensen die in publieke of forensische DNA-databases zit is het inmiddels  mogelijk om een spoor via verre verwantschappen toe te wijzen aan slechts enkele individuen. Een weg terug is hier moeilijk te vinden.

In principe kan belangrijke medische informatie  worden verkregen uit de relatie tussen genetische variatie en ziekten. In de diagnostiek kan daar gebruik van worden gemaakt. Sequencing van DNA dat codeert voor bepaalde genen wordt nu al volop ingezet bij kankerdiagnostiek. De  meeste ziekten zijn echter door interactie tussen erg veel genen en milieu zo complex dat je met een genenpaspoort niet ver zult komen.

 

Gerard te Meerman studeerde eerst elektrotechniek aan de Universiteit Twente, later toegepaste wiskunde, met baccalaureaats- en ingenieursonderzoek naar sequente-statistische methoden. Daarnaast bekwaamde hij zich in de wetenschapsfilosofie, onderzoeksmethodologie van de sociale wetenschappen, en toegepaste statistiek. Hij begon als universitair docent bij de Radboud Universiteit (faculteiten filosofie en psychologie), waar hij  wetenschapsfilosofie onderwees; hij leidde er een onderzoeksproject naar taalverwerving bij geestelijk gehandicapte kinderen. Hij werd vervolgens “associate expert in science en technology” bij Unesco, standplaats Jakarta. Na terugkeer in Nederland  promoveerde hij aan de RuG (vakgroep Genetica) cum laude op een proefschrift over het gebruik van logisch programmeren voor koppelingsonderzoek en algemene genetische risicoberekeningen. Hij ontving onderzoeksubsidies van Zon-Mw, het preventiefonds, het KWF, de stichting MS Research, en het Astmafonds. Zijn laatste onderzoek ging over methoden voor niet-invasieve prenatale diagnostiek en methoden voor  meta-analyse van zeer grote datasets met expressiedata. Hij was consultant bij Holland Genetics, Algene en Genizon (Canada), en financierde daarmee ettelijke promovendi.

.